Zuid-Thailand in sneltreinvaart
Nu ik alweer twee weken thuis ben, leek het me wel weer eens tijd voor een blog over de laatste drie weken Thailand ;) Het viel niet mee om regelmatig verslag uit te brengen, aangezien Daisy en ik nogal veel wilden zien in een korte periode. Daarom vanuit Philippine het laatste verslag van mijn negen weken in Azië!
Na de hereniging maandag met Daisy hebben we dinsdag meteen de Wat Tham Seua bezocht, een tempel op 600 meter hoogte. Het schitterende uitzicht konden we alleen bereiken door 1237 treden te doorstaan. Onderweg hadden we gelukkig gezelschap van aapjes en eekhoorns. Ook bleken we als Westerse meisjes een bezienswaardigheid: verschillende Aziaten wilden met ons op de foto.
Woensdagochtend gingen we richting Ko Phi Phi, waar we onze intrek namen in een verblijf met een rots in de badkamer (mooi!), veel vleermuizen buiten de deur en wederom veel trappen (minder mooi…). Nog even een paar uur op het strand gelegen en daarna de strandfeestjes met vuurshows op het eiland verkend. De volgende dag meer strand en meer feestjes. In het kader van de conditie op peil houden hebben we ons nog eens gewaagd aan de trappen richting het viewing point, waar we uitzicht hadden over het eiland. Daarna gegeten met Emma en Emily, twee leuke Engelse meisjes die we in Krabi hadden leren kennen en op Phi Phi weer tegenkwamen.
Vrijdag was het tijd om onze reis te vervolgen richting Phuket. Vanaf daar zouden we opgepikt worden om naar het Khao Sok National Park te gaan. Maar eerst moest met veel pijn en moeite een Thais-Engels telefoongesprek gevoerd worden met de organisatie van de excursie… Zaterdagochtend werden we opgepikt en na een tijdje rijden en een korte koffiebreak kwamen we aan bij het Tsunami museum. Dat stelde niet veel voor, maar we realiseerden ons wel dat het strand waar wij feest hadden gevierd er destijds heel anders bij lag. Ook lag er nog een politieboot die vanuit de zee daar was aangespoeld. Vervolgens gingen we een olifantentrekking doen, maar dat vonden we eigenlijk maar niks. De lieve olifanten hadden het zwaar, sommigen werden niet eens beloond voor hun inspanning en bovendien had de trekking totaal geen nut. Een leermomentje. Na een heerlijke lunch waarbij de hele groep vertederd was door het schattige tamme baby-aapje, werden Daisy en ik eindelijk naar het National Park gebracht. We waren de enige twee die een tweedaagse trip met een overnachting hadden geboekt, dus verlieten we de groep. Na een uur varen met de longtail boat kwamen we aan bij ons kamp, middenin het park, waar alle gebouwen dreven op het water. Het restaurant, de sanitaire ruimte en de huisjes deinden lekker mee toen het hard begon te regenen. ’s Avonds gingen we met de boot nog op night safari, maar helaas lagen de wilde dieren al in bed.
De volgende ochtend rolden we om zeven uur de boot weer in voor een morning safari, waarbij we deze keer wel dieren konden spotten. De apen en indrukwekkende neushoornvogels verstopten zich niet. Na een lekkere pannenkoek begonnen we aan de jungletrekking. Die was gelukkig niet heel zwaar en aangezien we alleen met onze gids op pad waren konden we ons eigen tempo bepalen. Met een bamboevlot zijn we daarna nog naar een grot gegaan. In de jungle hoorden we ook veel wilde dieren en we kregen zelfs de gelegenheid om de jongen van een vogel in het nestje te bewonderen. ’s Middags werden we teruggebracht naar de bewoonde wereld, maar eerst lieten we onze gids nog even kennis maken met Nederlandse muziek. Daarna checkten we in in een heerlijk hotel in Surathani, waar we een twee uur durende Thaise massage namen. Dat bleek wel even andere koek dan een oliemassage. Twee dagen later deden mijn slapen nog pijn van de druk die de masseuse uitgeoefend had! Daarna nog even een rondje gelopen bij de shopping mall, waar we de volgende dag een tuktuk namen richting de catamaran.
Maandagavond kwamen we aan in Ko Phangan. Helaas kwam er nog wat zoekwerk en verwarring op ons pad, aangezien onze gastheer onze boeking niet had doorgekregen. Na deze ellende besloten we nog wat van onze avond te maken door naar het strand te gaan voor een fijn feestje. De volgende dag deden we ’s middags onze inkopen. ’s Avonds begaven we ons opnieuw richting Haad Rin voor het feestgedruis van de Full Moon Party. Dit feest wordt maandelijks gehouden bij volle maan, waarbij vele duizenden toeristen zich massaal op het strand verzamelen. Woensdag deden we het rustig aan: we namen een duik in ons zwembad en genoten van het uitzicht bij zee. Die avond wilden we nog ‘even snel’ een boot boeken om naar Ko Tao te gaan de volgende dag, maar we waren niet de enigen die op dat idee waren gekomen. Alle boten zaten helemaal volgeboekt en het was zodoende onmogelijk van het eiland af te komen. Ook donderdag waren we dus op Ko Phangan en gingen we mee op snorkeltrip. Vrijdagochtend om acht uur vertrokken we weer naar onze volgende bestemming, waarbij we bijna onze boot misten…
’s Middags kwamen we aan in Ko Tao. Na de lunch vonden we gelukkig al snel een dak boven ons hoofd voor niet teveel bahts. Daarna was het tijd voor actie: van vier tot zes uur hebben we lekker intensief aan yoga gedaan. Was eigenlijk erg leuk om te doen en veel intensiever dan je zou verwachten. Die avond liepen we door het stadje en toen bleek er een ladyboy-show te zijn. Dat stond ook nog op onze to-do lijst, dus met camera in de aanslag gingen we kijken. We verbaasden ons keer op keer over het feit dat die vrouwen dus eigenlijk mannen waren. Zaterdag hebben we vervolgens een stranddagje ingelast. ’s Avonds sloten we af met een feestje, waarbij we nog even gesocialized hebben met de lokale Thaise mensen. Zondag was het tijd voor onze tweede snorkeltrip, deze keer met ontzettend mooi koraal en prachtige vissen. Ook nog gestopt op Ko Nangyuan, een prachtig eiland waar we ons weer eens aan een viewing point waagden.
Maandag maakten we vervolgens een lange reis naar Bangkok en namen we een kamer op Khao San Road. Daar kregen we meteen spijt van, gezien de enorme geluidsoverlast haha. ’s Avonds verkenden we de straat een beetje, waarbij we een man ontmoetten die onze chakra’s kon lezen en we ons op een heerlijke voetmassage trakteerden. Dinsdag verlieten we de hoofdstad van Thailand alweer om richting Kanchanaburi te gaan. Daar waren we bijna niet gekomen, aangezien de bus vertrok terwijl ik er nog niet in zat. Gelukkig schreeuwde Daisy moord en brand en besloot de beste man even op ons te wachten ;) Die middag in Kanchanaburi even ontspannen aan het zwembad en een heerlijke oliemassage genomen. Woensdag brachten we een bezoekje aan de Erawan watervallen, één van de mooiste van Thailand met zeven verdiepingen. Daar even gezwommen, alleen waren de huidcellen-etende visjes deze keer nogal groot uitgevallen en was het daardoor weinig relaxed... Na de lunch gingen we richting de spoorweg tussen Thailand en Birma. Voor de aanleg hiervan zijn vele duizenden (dwang)arbeiders gestorven tijdens de Tweede Wereldoorlog. We maakten een ritje met de trein over de spoorweg en vervolgens gingen we richting de Bridge over the River Kwai. We sloten de dag af met een lekker diner.
Donderdag brachten we een bezoekje aan Ayutthaya. ’s Ochtends namen we vroeg de lokale bus. Eenmaal daar aangekomen stalden we onze bagage bij een hotel en namen we een tuktuk naar de tempel Wat Phra Mahathat. Erg indrukwekkend was het hoofd van een buddha dat verstrengeld was met de wortels van de boom. Vervolgens Wat Phra Si Samphet, waar Thaise schoolmeisjes ons interessanter fotomateriaal vonden dan de oude tempel. Tenslotte bezochten we Wat Chai Wattanaram. Onze tuktuk-bestuurder bleek overigens een galante bestuurder, want hij had ondertussen water voor ons gekocht haha. Toen we bagage opgehaald hadden, gingen we meteen de minivan weer in om naar Bangkok te gaan. Daar kozen we dit keer voor een wat rustiger gelegen hostel.
Vrijdagochtend gingen we op zijn Nederlands fietsen door Bangkok, door de smalle steegjes van Chinatown. Het was verbazingwekkend hoe aardig de Thai blijven, zelfs als er elke ochtend een groep nieuwsgierige toeristen langs hun huizen fietsen. We staken de rivier over met het pontje, bezochten enkele tempels en sloegen driemaal op de gong voor geluk. Nadat we teruggekeerd waren was het tijd voor een middagslaapje. ’s Avonds gingen we richting het Baiyoke Sky Hotel, waar we op 309 meter hoogte fantastisch uitzicht hadden over de skyline van Bangkok. Nadat we uitgekeken waren vermaakten we ons nog een tijdje met de decors die opgesteld waren op de 77e verdieping. Op onze weg naar beneden raakten we aan de praat met een 80-jarige man uit Bangkok die die avond een optreden had verzorgd in het hotel. Toen we weer in de buurt van ons hotel waren, liepen we onze chakra-man weer tegen het lijf. Nadat hij met speciale technieken mijn gehoor in orde had gemaakt, vervolgden we onze weg naar ons hotel.
Zaterdagochtend konden we gelukkig uitslapen tot acht uur. Daarna checkten we in voor onze vliegreis van zondag. Helaas sloop er een foutje in, waarna ik ingecheckt was met Daisy’s gegevens. Nadat ik vijftig minuten in de wacht had gestaan bij KLM en honderd euro telefoonkosten armer was, stelde Trudy ons gerust: ik zou zondagochtend gewoon mee mogen vliegen. Hoezee! Daarna gingen we met de tuktuk naar de tempel met de grootste staande buddha van Bagnkok. Vervolgens met de boot naar het Grand Palace en de Wat Po. Eerst gingen we even eten en na de lunch liepen we Mr. Kosol tegen het lijf. Deze ontzettend vriendelijke man besloot ons een spreekbeurt te geven over zijn leven en zijn familie en wij konden niet anders dan overdonderd luisteren. Hij bleek overal ter wereld te zijn geweest en jaarlijks bezoek te mogen ontvangen van belangrijke monniken en de Thaise Koninklijke familie. Hij liet ons niet weggaan voor hij ons een ontbijtje, 15 baht en een beeldje van een monnik voor geluk had meegegeven. We beloofden hem een kaartje te sturen en drukten nog eenmaal de deurpost zodat ons niks zou overkomen. Daarna haastten Daisy en ik ons naar de Wat Pho, de grootste en oudste tempel van Bangkok, waar de grootste liggende buddha op ons lag te wachten. Ook bekeken we het mooie Grand Palace en daarbijhorend de Emerald Buddha.
Vervolgens gingen we met de taxi naar de Weekend Market, waar we ons verbaasden over de zielige hondjes en katten die half gedrogeerd in te kleine hokjes zaten. Bij de muizen bleek de meerderheid al het leven gelaten te hebben en we zagen nog wat aparte diersoorten die waarschijnlijk illegaal verkocht werden. Na wat gewinkeld te hebben namen we de trein en de BTS Skytrain naar de shopping malls. Daar hebben Daisy en ik wat gegeten en verbaasden we ons over de gigantische winkelcentra. Later namen we de taxi terug en na een laatste rondje over Khao San Road gingen we slapen. Zondag vermaakten we ons op het vliegveld en na een vlucht van 11,5 uur stond ik weer op Nederlandse bodem. Daar wachtten onze moeders ons op met spandoek en bloemen!
Iedereen bedankt voor de leuke berichtjes en interesse in mijn verhalen! Het was/is heel fijn om iedereen weer terug te zien en hoop dat jullie het leuk vonden mijn verhalen te lezen ;)
Sawadee ka!
Laos en Cambodja in een notendop
Sawadee!
Aiiii, ik heb mn blog een beetje verwaarloosd de afgelopen weken. Maar dat zal wel een goed teken zijn ;) Waar ik gebleven was: Luang Prabang. Een gezellig stadje, waar we de stad ook 's avonds verkend hebben door een Laotiaanse club en de bowlingbaan met een bezoekje te vereren. Dat schijnt iets te zijn wat elke backpacker doet, want door de ingestelde avondklok is dat de enige manier om je avond nog wat te verlengen. De waterval waar ik het de vorige keer over had was ook zeker de moeite waard! De visjes die dode huidcellen van je voeten knabbelen zwommen hier ook rond en dat was te voelen ook...
Vervolgens trokken Laura en ik richting VangVieng, een soort feeststadje dat bekend staat om het tuben. Hierbij ga je met een band de rivier af en kun je aanmeren bij de verschillende barren om een drankje te doen. Omdat in dit seizoen de rivier nogal onvoorspelbaar was en de combinatie alcohol met tuben in het verleden weinig spetterende resultaten heeft opgeleverd (er vallen elk jaar veel doden doordat mensen gedronken hebben en zich dan te pletter springen op de rotsen onder het water of verdrinken), besloten we wel de barren te bezoeken, maar niet te tuben. Daar bleek ook niks mis mee en tijdens de vier, vijf dagen dat we daar waren hebben we veel leuke mensen ontmoet.
Tijd voor de hoofdstad van Laos: Vientiane! Daar kwamen we aan op een zondag en dat bleek voor de Lao de ideale dag om lekker te gaan hardlopen, wandelen of bewegen op muziek op de boulevard. Erg leuk om te zien en we waren een van de weinige toeristen, wat ook wel eens prettig is. Hier had je ook gratis sporttoestellen staan, waardoor iedereen kosteloos aan zijn conditie kon werken in het park.
Na Vientiane gingen we richting de Kong Lo Cave met de lokale bus. Toen we aankwamen bij het busstation bleek de achterste helft van onze bus bezaaid met kleurentelevisies in grote dozen. Omdat wij ook graag een zitplaats wilden, besloten ze een stuk of twintig dozen dan maar op het dak te sjouwen. Bij de verschillende stops werden er regelmatig een paar televisies naar beneden getild. Of wasmachines. Of een scooter. Ik zie het onze Connection-buschauffers nog niet doen!
Maar goed: Kong Lo. Daar was naast de grot helemaal niks te beleven, maar de omgeving was wel erg mooi en ongerept. De Kong Lo Cave is een diepe grot van 7,5 kilometer lang, waar je in kunt gaan door een bootje met twee gidsen te huren. De grot deed soms wat spookachtig aan, het was helemaal donker, we zaten in een klein wiebelig bootje en soms regende het ineens in de grot. Om van de vleermuizen nog maar te zwijgen.
We namen de bus richting Pakse, een reis die uiteindelijk maar liefst vijftien uur zou duren. Onderweg zaten Laura en ik een paar uur naast twee Nederlandse kindjes. Jan van zeven en Els van drie ('maar bijna vier... en als je heeeeeeeel lang wacht, dan zelfs vijf!') hadden verhalen genoeg om ons te vertellen en Laura en ik concludeerden zodoende dat backpacken met kinderen topsport moet zijn. Tijdens de busreis stapten er regelmatig verkoopsters de bus in met kippen en eieren als snack. Met de kippen op stok kreeg een hele nieuwe betekenis... Jammer genoeg lustten de locals er wel pap van en vervolgden we de busreis met om ons heen smekkende eters en aparte luchtjes.
In Pakse was verder weinig te beleven, maar een welkome tussenstop voor we naar de 4000 Islands gingen. Tussen al deze eilandjes verbleven wij op Don Det, in een guesthouse met muizen en zulke ingezakte bedden dat je letterlijk moeite moest doen om uit bed te klauteren. Gelukkig vonden we ons sportieve zelf weer terug en gingen we fietsen naar een waterval, die erg indrukwekkend en groots was. 's Avonds was het tijd voor de eerste wedstrijd van het EK, maar helaas misten we een groot deel door de slechte internetverbinding op het eiland. Het was wel erg leuk om met een grote groep Nederlanders het oranjegevoel weer wat leven in te blazen!
De volgende dag op Don Det gingen we kayakken. Eerst gingen we op zoek naar de zeldzame Irrawaddy dolfijn, die met uitsterven bedreigt wordt. Supervet dat deze dolfijnen op zo'n twaalf meter van onze kayak opdoken. Daarna gingen we even lunchen in Cambodja, waar ik ontdekte dat mijn fles water open was gegaan in mijn tas. Jawel: een camera die verdrinkt in een waterdichte tas tijdens het kayakken waarbij we verder niet nat zijn geworden, hoe ironisch. Gelukkig is ondertussen gebleken dat mn camera tegen een stootje kan, want hij werkt nog als vanouds en ook de foto's zijn gespaard gebleven. Fieuw! Tijd voor de grootste waterval van Zuid-Oost Azie. Opnieuw een indrukwekkend zicht. Daarna gingen we terug naar Don Det. 's Avonds begrepen we waarom we zo uitgeput waren: we hadden in totaal zo'n twintig kilometer gekayakt!
Toen was het tijd voor een nieuw land. Vanuit de 4000 Islands vertrokken we naar Siem Reap in Cambodja. Deze reis duurde wederom van acht uur 's ochtends tot tien uur 's avonds. Gelukkig hadden we deze keer een erg fijne bus. Alleen jammer dat we voor het laatste stuk over moesten stappen op een bus met kapotte airco. We moesten opletten voor onderkoelings- en bevriezingsverschijnselen. Gelukkig wachtte in Siem Reap een heerlijk hotel met zwembad, waar we 's avonds meteen even een duik in konden nemen.
De volgende dag gingen we met een hele Nederlandse groep die we ontmoet hadden richting de tempels van Angkor. Dit is het grootste religieuze complex ter wereld en het achtste wereldwonder. We hebben hier lekker rondgefietst, de ideale manier om makkelijk van de ene tempel naar de andere te gaan. De daaropvolgende nacht zijn we om 4 uur opgestaan om de zonsopgang bij Angkor Wat te bekijken, wat wel bijzonder was om te zien. Daarna weer tempels bezocht tot een uur of twee, daarna was het tijd voor een verkoelend plonsje en een dutje. We moesten namelijk nog tot vier uur 's nachts opblijven om de volgende nederlaag van het Nederlands elftal te zien... Na een dag om bij te komen, zijn we vervolgens nog een laatste keer tempels gaan bezoeken en kregen we van een heel oude vrouwelijke monnik zonder tanden een armbandje voor geluk. Toen ook voor de laatste keer met zijn allen op stap gegaan. Zaterdagavond vertrokken we met een deel van de groep richting Sihanoukville.
De eerste dag daar heb ik een heerlijke massage gekregen van een blinde vrouw en daarna hebben we enkele dagen gerelaxed aan het strand. We hebben zelfs een complete beautybehandeling op het strand gehad. Ook dit stadje bleek zich prima te lenen voor een paar fijne stapavonden. Helaas voelde ik me niet al te best, had al een paar dagen enorme koppijn en daarom woensdagochtend de dokter een bezoekje gebracht. Terwijl de broeder zijn facebook-status even bijwerkte in de behandelkamer, schreef de dokter me wat medicijnen voor en gelukkig voel ik me sindsdien weer als herboren!
Laura en ik eindigden onze reis door Cambodja in Phnom Penh. Hier hadden we nogal wat verhalen over gehoord (de lokale bandieten schuwen geweld niet als ze denken dat je waardevolle spullen in je tas heb), daarom besloten we niet al te veel tijd hier door te brengen. Vrijdagmiddag kwamen we aan en zaterdagochtend bezochten we eerst de S21-gevangenis. Dit land heeft nogal een gruwelijke geschiedenis: nog maar 30 jaar geleden is een op de vier Cambodjanen vermoord tijdens het regime van Pol Pot. In de gevangenis die we bezochten werden onschuldige mensen op de meest gruwelijke manieren gemarteld. Daarna werden ze gedood op de Killing Fields, waar we later die middag heen gingen. Bij de gevangenis hebben we nog een van de zeven mannen ontmoet die het verblijf daar overleefd heeft. Hij was ondertussen 71 jaar en verkocht ondertussen boeken met zijn verhaal.
Bij de Killing Fields kwamen we door de audiotour meer te weten over de massagraven die we daar aantroffen. Nog steeds komen daar botten en kleren naar boven, die je ook ziet als je het pad bewandelt. Misschien wel het afschuwelijkst om te zien was de Baby Tree, waartegen baby'tjes doodgeslagen werden om kogels te besparen. En dat alles dus maar dertig jaar geleden. Vreselijk.
Om onze middag toch nog een beetje gezellig af te sluiten, gingen we nog even naar de Russian Market en genoten Laura en ik van ons laatste diner samen. De volgende ochtend nam ik de tuktuk richting het vliegveld en was het afscheid toch wat emotioneler dan gedacht ;) Zondagavond nam ik mijn intrek in een lekker decadent resort bij Bangkok, waar ik bij kon komen van mijn vlucht van Pnohm Penh naar Bangkok en natuurlijk van anderhalve maand backpacken.
Gisterochtend heb ik Daisy weer teruggezien op de luchthaven, met wie ik nu nog drie weken door het zuiden van Thailand ga reizen. Momenteel zitten we op Krabi en morgen vertrekken we waarschijnlijk naar het eiland Ko Phi Phi.
Bedankt voor alle leuke reacties de vorige keer en tot snel allemaal! xx
Adembenemende uitzichten & brave schoolkinderen
Sabaydee! Het is tijd voor het eerste berichtje ;)
Vorige week zondag werd ik na een lange vlucht van Amsterdam naar Bangkok en naar Chiang Mai opgewacht door Laura, die me verwelkomde met blije balonnetjes. Het weerzien was als vanouds! In Chiang Mai (Thailand) hebben we lekker rustig aan gedaan. Even 13 uur de jetlag eruit geslapen, een olie-massage meegepakt en de visjes aan onze vermoeide voetjes laten knabbelen. Ook een paar dagen lekker bijgekomen aan het zwembad in het zonnetje. Het goeie leven dus!
Daarna werd het toch echt tijd om naar Laos te verkassen. Woensdagochtend vertrokken we met het busje naar Chiang Khong, om daar met het bootje de Mekong over te steken en zodoende in Huay Xai te belanden. Daar werden we gelukkig binnen gelaten en onze eerste nacht in dit land was een feit.
Donderdagochtend begonnen we aan de Gibbon Experience Express, 2 dagen en 1 nacht ziplinend door de jungle. We waren met gidsen Ken en Tan, de Canadese Maggie en het Duitse koppel Jan en Magda. Het begin was erg zwaar, een flinke trektocht heuvelopwaarts met de zinderende zon boven ons. Gelukkig kregen we pauzes en al snel werden we beloond met de eerste ziplines. Deze kabels zijn boven de jungle gespannen. Je kunt jezelf bevestigen aan de kabel en vervolgens 700 meter lang genieten van het prachtige uitzicht. Een adembenemende ervaring! Na een paar uur ziplinen kwamen we bij onze boomhut aan. Een hutje 60 meter boven de grond, rieten dak, aan de zijkant helemaal open en natuurlijk prachtig uitzicht. Do I need to say more? Na even wat lychees en nootjes gepeuzeld te hebben, vertrokken we weer voor een rondje ziplinen. ‘s Avonds konden we genieten van de regendouche boven het oerwoud met prachtig zicht. Het toilet met een bezoekersgemiddelde van 16 wespen per minuut was helaas iets minder plezierig. Een nacht met weinig slaap volgde: het was warm, het onweerde en regende, de muggen wisten ons te vinden en de gedachte aan jungleratten die ‘s nachts de boomhut in konden klimmen stelde ons niet gerust. De volgende ochtend werden we om 5 uur wakker gemaakt om dieren te spotten bij de zonsopgang. We waren niet heel enthousiast voor een trekking zonder slaap of ontbijt, maar besloten ervoor te gaan. Maar toen strooide de regen roet in het eten: het begon te gieten en we besloten toch naar de boomhut terug te keren. Daar nog een paar uur slaap gepakt en daarna terug gegaan voor de laatste ziplines met het prachtige uitzicht.
Zaterdag besloten we Luang Nam Ta met een bezoekje te verblijden. We moesten een dagje bijkomen van het tripje. Daarna werden we op onze wenken bediend door Eer (?) van Forest Retrait Laos. De volgende dag gingen we met hem fietsen. Eerst gingen we naar de markt, waar we een korte rondleiding kregen tussen de enorme lappen vlees en de billetjes van levende kikkers. Daarna fietsten we naar de Tai Dam, een stam die gespecialiseerd is in het maken van Lao Lao whiskey. Na een flinke slok besloten we dat het tijd was om kinderen Engelse les te geven. Op de basisschool werden we hartelijk verwelkomd, waarna onze gids ons richting het klaslokaaltje leidde. Vijftien kinderen van ongeveer tien jaar probeerden aandachtig iets van onze enorme kennis op te steken. Vervolgens gingen we ‘huiswaarts’.
De dag daarna namen we het busje naar Nong Khiauw. Dat klinkt een stuk eenvoudiger dan het was, de ingewikkeldere versie klinkt namelijk als volgt:
De bestuurder van de minivan die we geboekt hadden was ziek. Daarom zouden we met de local bus gaan. Die werd omgeboekt tot een VIP bus, zodat we het toch iets luxer zouden hebben. Op het busstation aangekomen bleek dat een slaapbus te zijn. Al balende van het vooruitzicht van acht uur liggend reizen over slechte wegen, stapte ineens iedereen uit. We gingen toch met de lokale bus. Na al deze verwarring werden de boxen naast ons vol open gedraaid en schalden de Laose songs ons in de oren. Het zou nog een lange rit worden, over onverhardde wegen en langs diepe afgronden. Misschien nog het best te vergelijken met een ritje in een losgeslagen achtbaan. Zonder veiligheidsriemen.
Maar goed, Nong Khiauw: prachtig uitzicht, heerlijk rust. Helaas bleek er minder te doen dan we dachten. De grot was niet echt een hoogtepunt hoorden we van anderen, het punt waarvan we prachtig uitzicht zouden hebben was lastig te bereiken en bovendien was de gids aan de prijzige kant. Na een nachtje besloten we daarom terug te keren naar de bewoonde wereld, ook wel bekend als Luang Prabang. Daar zijn we gisteren laat aangekomen (drie uur later vertrokken dan gepland). Vandaag lekker de stad verkend en de tempel Wat Xieng Thong bezocht.
Dat was het wel voor nu! Een hoop gereisd voornamelijk, maar morgen gaan we lekker bijkomen bij een waterval in de buurt. Tot snel!